fruit drogen

Fruit drogen voor een voorraad vol smaak en gemak

Fruit drogen is een handige manier om fruit langer te bewaren zonder dat je het invriest of inmaakt. Door het vocht uit het fruit te halen, blijft het veel langer goed en kun je het overal mee naartoe nemen. Gedroogd fruit is lekker als tussendoortje, door je ontbijt of als zoete toevoeging aan salades. Je kunt het op verschillende manieren doen, met of zonder speciale apparaten. Het is ook een leuke manier om fruit uit eigen tuin goed te gebruiken. Je bespaart geld én weet precies wat je eet.

Verschillende manieren om fruit te drogen

Er zijn meerdere manieren om fruit te drogen. De bekendste zijn in de oven, met een droogoven of gewoon aan de lucht. In de oven gaat het sneller dan aan de lucht, maar je moet goed opletten dat het niet verbrandt. Een droogoven is handig omdat je de temperatuur precies kunt instellen. Het drogen gaat langzaam, maar het fruit blijft mooi van kleur en smaak. Aan de lucht drogen kost meer tijd en werkt alleen goed bij warm en droog weer. Je legt het fruit dan op een rooster of rek en zet het op een plek met veel lucht en geen direct zonlicht.

Welk fruit is geschikt om te drogen

Bijna alle soorten fruit kun je drogen. Denk aan appels, peren, bananen, pruimen, abrikozen, aardbeien en druiven. Citrusvruchten zoals sinaasappels en citroen zijn minder geschikt om zo te eten na het drogen, maar ze zijn wel mooi als decoratie. Rijp fruit geeft de beste smaak. Als fruit overrijp is, wordt het snel te kleverig of gaat het gisten. Was het fruit goed, verwijder pitten of klokhuizen en snijd het in dunne plakjes of stukjes. Hoe dunner het is, hoe sneller het droogt. Je kunt het fruit ook een paar minuten in citroensap leggen. Zo blijft de kleur mooier.

Zo droog je fruit stap voor stap

Voordat je begint, kies je eerst het soort fruit en de manier van drogen. Verwarm de oven op lage temperatuur, bijvoorbeeld op 50 tot 60 graden. Leg het fruit op bakpapier of op een rooster. Zorg dat de stukken elkaar niet raken. Laat de oven op een kier, zodat het vocht eruit kan. Drogen duurt vaak enkele uren. Draai het fruit af en toe om. In een droogoven volg je dezelfde stappen, maar dan zonder het risico dat het fruit te snel bakt. Als je de lucht droogt, draai het fruit dan dagelijks en zet het weg op een droge plek waar de lucht kan circuleren.

Wanneer is het fruit goed gedroogd

Gedroogd fruit moet soepel zijn, maar niet nat. Het mag niet breken als je het buigt, maar ook niet meer plakkerig aanvoelen. Dit is het moment waarop het lang houdbaar is. Laat het afkoelen op een rooster en bewaar het daarna in een afgesloten pot of bak. Zet deze op een donkere en koele plek. Als je het goed droogt en bewaart, blijft het fruit wel een paar maanden goed. Controleer af en toe op schimmel of vocht, dan weet je zeker dat je het veilig kunt eten. Schrijf de datum op de pot, zo houd je bij hoe lang het nog mee kan.

Tips om van gedroogd fruit te genieten

Gedroogd fruit is lekker als snack, maar ook handig om door je yoghurt of muesli te doen. Je kunt er ook zelf mueslirepen van maken. In cakes en brood geeft het extra smaak. Wil je het fruit in een gerecht gebruiken dat vocht nodig heeft, zoals pap of stoofschotels, laat het dan even weken in water of sap. Dat maakt het weer wat zachter. Gedroogd fruit is ook leuk om cadeau te geven in een glazen potje met een lint eromheen. Zelf fruit drogen is niet alleen eenvoudig, maar geeft ook veel voldoening. Het is een fijne manier om minder eten te verspillen en meer uit je voorraad te halen.

Scroll naar boven