Een donker hoekje in huis hoeft echt geen probleem te zijn. Er zijn genoeg kamerplanten die weinig licht nodig hebben en het prima redden ver van het raam. Denk aan de zamioculcas, vrouwentong, calathea, philodendron en lepelplant. Stuk voor stuk robuuste groeiers die gedijen in schaduwrijke ruimtes.
Waarom kunnen sommige planten met minder licht toe?
Veel populaire kamerplanten komen van nature voor in tropische regenwouden. Daar groeien ze onder een dik bladerdak, met weinig direct zonlicht. Ze zijn door de jaren heen aangepast aan indirecte of gedempte lichtomstandigheden. Dat maakt ze ideaal voor plekken in huis die ver van een raam liggen, zoals een gang, badkamer of binnenhoek van een woonkamer.
Let op: weinig licht betekent niet helemaal geen licht. Vrijwel alle planten hebben een minimum aan daglicht nodig om te overleven. Een volledig donkere kamer zonder enige lichtbron is voor de meeste planten te weinig. Een zwakke lichtbron op een paar meter van het raam is in de meeste gevallen genoeg.
De beste kamerplanten die weinig licht nodig hebben
De zamioculcas, ook wel ZZ-plant genoemd, is een van de meest veelzijdige kamerplanten voor donkere plekken. Hij groeit langzaam, heeft stevige glanzende bladeren en heeft weinig water nodig. Ideaal als je niet elke dag aan je plant wilt denken.
De vrouwentong (sansevieria) is een klassieker. De plant heeft opstaande, langwerpige bladeren met een geel of wit randje. Hij overleeft bijna alles: weinig licht, droge lucht en onregelmatig water geven. Ook geschikt voor beginners.
De calathea is een echte schaduwplant. Hij stamt uit de bossen van Brazilië en Colombia, waar hij gewend is aan gefilterd licht. Zijn bladeren hebben prachtige patronen in groen, paars en wit. Krijgt hij te veel zon, dan vervagen die tekeningen. Geef hem een plek uit de buurt van direct zonlicht.
De philodendron is een luchtige, rankende plant die zich thuis voelt in halfschaduw. Hij groeit goed aan een muur of op een plank, en vraagt weinig onderhoud. Er zijn veel soorten, van kleine varianten tot grotere exemplaren met grote bladeren.
De lepelplant (spathiphyllum) bloeit zelfs op schaduwrijke plekken met witte bloemen. Hij geeft duidelijk aan wanneer hij water nodig heeft: zijn bladeren hangen iets slap. Zodra je hem water geeft, herstelt hij snel.
De aspidistra, ook wel kwartjesplant, is misschien wel de meest schaduwtolerante kamerplant die er bestaat. Hij groeit traag maar is bijna onverwoestbaar. Ook verwaarlozing overleeft hij goed.
De dracaena is een grotere plant die ook op een minder zonnige plek goed gedijt. Er zijn veel soorten, met verschillende bladkleuren en hoogtes. Hij is luchtzuiverend en geeft een ruimte meteen een groene, volle uitstraling.
De varen houdt van vochtige lucht en halfschaduw. Een badkamer of keuken, waar regelmatig stoom vrijkomt, is een perfecte plek. Houd de aarde licht vochtig en geef de plant af en toe een beetje water op de bladeren.
Waar moet je op letten bij de keuze?
Niet elke schaduwplant heeft dezelfde verzorging nodig. Kijk bij de keuze naar een paar praktische punten:
- Hoe donker is de plek echt? Een plek op twee meter van een raam krijgt meer licht dan een gang zonder ramen.
- Hoe droog of vochtig is de lucht? Varens en calathea’s houden van vochtige lucht. Zamioculcas en vrouwentong zijn juist bestand tegen droge binnenlucht.
- Hoe vaak wil je water geven? Kies voor een zamioculcas of vrouwentong als je dat liever zo weinig mogelijk doet.
- Wil je een grote of kleine plant? Dracaena en philodendron kunnen flink groot worden. Voor een klein tafeltje is een lepelplant of calathea handiger.
- Heb je huisdieren of kleine kinderen? Sommige kamerplanten zijn giftig bij inslikken. Vraag dit na bij de kwekerij of zoek het op voor je koopt.
Zo geef je schaduwplanten de beste verzorging
Planten die weinig licht nodig hebben, groeien langzamer dan planten in de volle zon. Dat betekent ook dat ze minder water en voeding verbruiken. Geef ze minder water dan je misschien gewend bent. Laat de aarde iets opdrogen tussen twee waterbeurten door, tenzij de plant er zelf om vraagt.
Geef in de winter nog minder water. De groei vertraagt dan extra, en natte aarde in een koele, donkere kamer is een veelgemaakte fout die tot wortelrot leidt.
Stof de bladeren af en toe af met een vochtig doekje. Planten in donkere hoekjes vangen geen regen, maar wel stof. Schone bladeren nemen het beschikbare licht beter op.
Welke kamerplant heeft weinig licht nodig én is makkelijk?
Voor absolute beginners of mensen met weinig tijd zijn de zamioculcas en de vrouwentong de beste keuze. Beide planten zijn bijna niet kapot te krijgen, vragen weinig water en groeien prima op een plek met weinig licht. De lepelplant is een goede keuze als je ook af en toe wilt genieten van bloei, zelfs op een schaduwrijke plek.
Veelgestelde vragen
Welke kamerplant is het meest geschikt voor een donkere gang?
Voor een donkere gang zijn de aspidistra, zamioculcas en vrouwentong de sterkste keuzes. Deze drie planten overleven de meest schaduwrijke plekken en hebben weinig water nodig. Zorg wel dat er ergens in de buurt een kleine lichtbron is, zoals een lamp of een raam op enige afstand.
Kunnen kamerplanten leven op alleen kunstlicht?
Sommige planten redden het op kunstlicht, maar gewoon daglicht werkt beter. Als je een kamer hebt zonder ramen, kun je een speciale groeilamp gebruiken. Die geeft een lichtspectrum af dat lijkt op daglicht en helpt de plant groeien. Gewone plafondlampen zijn daarvoor minder geschikt.
Hoe weet ik of mijn plant te weinig licht krijgt?
Een plant die te weinig licht krijgt, geeft dat duidelijk aan. De stelen worden lang en dun, de plant groeit richting het raam, en nieuwe bladeren zijn kleiner of bleker dan de oude. Zet de plant in dat geval wat dichter bij een lichtbron.
Moet ik schaduwplanten anders voeden dan andere kamerplanten?
Kamerplanten die weinig licht nodig hebben, groeien langzamer en verbruiken daardoor ook minder voeding. Geef ze minder plantenmest dan planten die op een zonnige plek staan. In de winter kun je voeding helemaal achterwege laten, omdat de meeste planten dan nauwelijks groeien.


