De zoete aardappel is populair in veel keukens. Niet alleen omdat hij lekker is, maar ook omdat hij vol zit met goede stoffen. Steeds meer mensen kiezen ervoor om deze knol zelf te kweken. Het mooie is dat het goed lukt in een moestuin of zelfs in een grote pot. Met een beetje geduld kun je zelf jonge plantjes laten groeien en ze in de grond zetten. De juiste voorbereiding is belangrijk, want de plant houdt van warmte en ruimte. Met de juiste stappen haal je straks een flinke oogst uit je eigen tuin.
Beginnen met het maken van stekken
Voordat je kunt planten, heb je jonge uitlopers nodig. Die noem je stekken of slippen. Je maakt ze door een zoete aardappel half in een glas water te zetten. Gebruik cocktailprikkers om de knol half boven het water te houden. Zet het glas op een warme, lichte plek. Na een paar weken zie je wortels aan de onderkant en groene scheuten bovenop. Als de scheuten ongeveer vijftien centimeter lang zijn, trek je ze voorzichtig van de knol. Zet deze stekken in een nieuw glas water, zodat ze ook wortels krijgen. Daarna zijn ze klaar om de grond in te gaan.
De juiste plek en het beste moment
Zoete aardappel planten houden van warmte en zon. Zet ze daarom pas buiten als de kans op nachtvorst voorbij is. Mei of begin juni is meestal een goed moment. Kies een plek waar de zon veel komt en de grond luchtig is. Als je zware kleigrond hebt, kun je compost of zand toevoegen om het losser te maken. Zorg ook dat de plek goed water doorlaat, want de plant houdt niet van natte voeten. Als de bodem warm is, gaan de planten snel groeien.
De plantjes goed in de grond zetten
Maak gaten van ongeveer tien tot vijftien centimeter diep. Zet de stekken met de wortels in het gat en bedek ze met aarde tot aan de bladeren. Laat tussen de planten minstens dertig centimeter ruimte. De zoete aardappel groeit niet alleen boven de grond, maar maakt ook onder de grond uitlopers waar nieuwe knollen aan komen. Hoe meer ruimte, hoe beter de knollen kunnen groeien. Druk de aarde rond de plantjes licht aan en geef ze daarna water. Zorg dat de grond vochtig blijft, vooral in de eerste weken.
Verzorgen tijdens het groeiseizoen
Zoete aardappels hebben niet veel verzorging nodig, maar ze houden wel van aandacht. Geef regelmatig water, vooral als het warm en droog is. Je kunt mulch gebruiken om de bodem vochtig te houden en onkruid tegen te gaan. Denk aan stro, bladeren of grasresten. Als de planten flink gaan groeien, zie je lange ranken over de grond kruipen. Die mag je gerust laten liggen. Het loof vangt zonlicht en helpt om onder de grond mooie knollen te maken. Bemesten is vaak niet nodig als je in goede tuingrond plant, maar een beetje compost kan helpen.
De oogst en wat je daarna kunt doen
Na ongeveer vier tot vijf maanden zijn de knollen groot genoeg om te oogsten. Vaak gebeurt dit in september of oktober, voor de eerste nachtvorst. Graaf de planten voorzichtig uit met een handvork of schop. Let op dat je de knollen niet beschadigt. Laat ze drogen in de zon of in een warme ruimte. Daarna kun je ze bewaren op een droge, koele plek. Zoete aardappels kun je koken, bakken of verwerken in soep of stamppot. Een deel van je oogst kun je bewaren voor het volgende jaar, zodat je weer nieuwe stekken kunt maken.
Zelf zoete aardappels planten is leuk en leerzaam. Het vraagt wat voorbereiding, maar het resultaat is smakelijk en voedzaam. Door je eigen planten te stekken en op de juiste manier te verzorgen, krijg je een mooie oogst. Zo geniet je niet alleen van de smaak, maar ook van het proces van zaaien tot oogsten.


